LEESvoer, |
||||||
Zandman In de ochtend was het zand al heet onder je voeten. Het was eb, er zaten windrimpels in het strand ertussen glansden schelpen. De meeuwen hingen in de wind, als kleine vliegers. Ik nam twee poppen mee en een doos met kartonnen aankleedpoppen. Ik maakte zelf ook wel papieren kleren voor mijn platte vriendjes. minitoeristen. We maakten zandkastelen en vissen van zand met schelpenranden als Er kwamen altijd familieleden op bezoek op de zondagen aan het strand. Iedereen was welkom, maar moest zelf eten en dranken meenemen. Een broer van mijn vader nam altijd een gebakdoos vol bekertjes Hij had littekens op zijn rug en benen, dat kwam door de oorlog zei mijn vader. Wij mochten er met geen woord over spreken. Ik at boterhammen met zand en gesmolten hagelslag uit een papieren zak, Het gaf mij een schoolreisjesgevoel. ’s Middags gingen we met ijzeren emmertjes de duinen in om slakkenhuizen Thuis aten we dagenlang bramen in de vla, op brood, als compote, bij de cake. Van de slakkenhuizen reeg ik groteske kettingen, nadat ze geverfd waren Mijn moeder droeg jarenlang hetzelfde badpak, zwart met een korset erin. Ze haakte eeuwig pannenlappen of breide sokken en wanten voor de winter. Ik zal een jaar of zeventien geweest zijn, toen mijn vader op een snikhete Hij had een Morris Minor cabriolet, wat in die dagen heel bijzonder was, Hij had zandkleurige ogen met gouden spikkels, sproeten en grote handen. Ik vroeg hem mee te gaan wandelen. Mijn moeder keek me over haar brilletje bedenkelijk aan en zei dat ik een blouse aan moest trekken over mijn lila Ik deed hem meteen weer uit, toen we uit haar gezichtsveld waren met mijn voeten door het warme zeewater liep, mijn ondergang tegemoet. Hij had warme volle lippen en hete handen met zand eraan. Mijn vader keek me argwanend aan, toen we terug waren, greep zijn Vijf jaar later trouwden we en kregen drie zonen met dezelfde spikkelogen Toen ik zelf kleine kinderen had, vond ik het minder leuk aan het strand. Ik had eigenlijk nooit tijd om iets te doen, alleen maar opletten of en niet Onze jongste zoon liet al gauw merken, dat hij er niets aan vond aan zee. Gaan we al naar huis? Heb jij het niet warm? Zijn we hier al lang? De tijd van de pretparken brak daarna aan dat was wat aangenamer en vooral Wij op een terrasje met een ijsje en de krant en de jongens de attracties in. Dat moet je trouwens ook niet te veel doen, want je krijgt last van pretparkstress. Drie uur in de file ernaartoe, vier uur in het strafkamp en dan weer drie uur naar huis. Thuis met een boek in de tuin is leuker!
|
||||||